Non Verbale therapie

Publicatie: “Therapievormen belicht: De lichaamskaart” door An Van de Vloet
Dit artikel verscheen in de Spiegel van juni 2014, het driemaandelijks tijdschrift van vzw UilenSpiegel, patiëntenvereniging geestelijke gezondheidszorg, www.uilenspiegel.net

Therapievormen belicht: De lichaamskaart

Er bestaan verwarrend veel soorten psychotherapie. De belangrijkste reden voor deze diversiteit is dat er vele tegenstrijdige opvattingen bestaan over hoe mensen in elkaar zitten en over hoe psychische problemen het best kunnen worden aangepakt: er zijn therapiestromingen die focussen op het gedrag, terwijl andere de denkprocessen belangrijker vinden, sommige nemen dan weer het lichamelijke en emotionele als uitgangspunt. Hoe dan ook, het bedrijven van psychotherapie is geen wetenschap maar een ambacht.

Dé juiste therapie bestaat niet, evenmin als de beste of de meest succesvolle. In het algemeen werken die vormen van therapie goed die nauw aansluiten bij de opvattingen van de cliënt over het leven. Bovendien is de effectiviteit vooral afhankelijk van de aard van de werkrelatie tussen therapeut en cliënt. Daarbij speelt de persoonlijkheid van de therapeut een rol. Goede therapeuten zijn warm, empathisch, begripvol, ondersteunend, vertrouwenwekkend en hoopvol. Ze houden zich niet strikt aan hun handboek maar stemmen de behandeling af op de doelen en opvattingen van de cliënt.

In België is er nog geen wettelijke erkenning voor de titel van psychotherapeut (die zou er in 2016 wel komen) en zijn er nog geen wettelijk erkende opleidingen voor specifieke psychotherapievormen of -stromingen.

In deze en komende edities van de Spiegel zullen we telkens een therapievorm belichten en illustreren aan de hand van ervaringen van een cliënt. Deze keer nemen we de lichaamsgerichte therapie "Lichaamskaart" onder de loep.

Lichaamskaart

In de reeks over verschillende bestaande therapievormen wil ik in dit artikel de lichaamskaart nader toelichten. Deze therapievorm werd in 1990 ontwikkeld door Lucia Van Den Eede, een non-verbale therapeute in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Norbertushuis te Duffel. Mevrouw Van Den Eede heeft dus al veel jaren ervaring met het werken met de lichaamskaart. Zelf ben ik ook patiënt bij haar.

Hoe wordt er gewerkt met een lichaamskaart?
Mijn therapeute en ik startten enkele jaren geleden. Eerst werd me gevraagd om op een heel groot blad papier in één keer mijn lichaamsomtrek in het rood te tekenen. Daarna moest ik op het blad gaan liggen en tekende zij in zwart mijn werkelijke omtrek. Merkwaardig waar die twee van elkaar verschilden en overeenkwamen…

Voor elke therapiesessie liggen er een paar pakken viltstiften in verschillende kleuren klaar. Het is de bedoeling dat ik op eender welke wijze (bv. arceren, inkleuren, omlijnen, met woorden, met verbindingen,…) en in eender welke kleur de plekken op mijn lichaam aanduid waar ik iets merk of last ondervind. Zo heb ik regelmatig last van zwarte vlekken en blokken in mijn hoofd. Dat tekende ik dan ook. En ik bibber een beetje. Ook daarvoor kon ik een manier vinden om dat op papier te tekenen. Mijn lichaamskaart groeide verder aan.

Nu we enkele jaren verder zijn, komen er niet zoveel gekleurde stukjes meer bij. Dat is niet nodig. Wel verwijs ik nog naar wat ik getekend had. Ik heb immers nog steeds symptomen.

Hoe beleef ik zelf het werken met de lichaamskaart?
Comfortabel en minder geforceerd is dat we niet op een stoel tegenover elkaar zitten, maar op een matje op de grond met de lichaamskaart tussen ons in. Het verkleint de kloof tussen de patiënt en de hulpverlener en geeft veel mogelijkheden qua houdingen die je kan aannemen. Je kan ook gaan liggen, als je dat wil.

Wat ik zo goed vind aan de lichaamskaart, is dat het een heel sterke manier is om mijn therapeute te tonen wat ik ervaar en voel. Het werkt opluchtend om alles samen te brengen, omdat ik in andere therapieën vaak het gevoel had dat de therapeute telkens maar één klacht onder de loep nam en het geheel over het hoofd zag. Nee, het is een geheel van klachten die door mekaar lopen en al dan niet tegelijkertijd optreden. Dat "tegelijkertijd" is voor mij heel belangrijk. De lichaamskaart geeft een duidelijk beeld over hoe ik me voel.

Ook naar mezelf toe heeft de lichaamskaart een meerwaarde. Het lijkt wel of ik nu een overzicht heb van hoe mijn lichaam reageert op bv. stress. Het is voor mezelf een vorm van erkenning en dat stemt tot mildheid. Ja, er loopt wat mis en nee, ik moet daar niet tegen vechten. Dat versterkt immers maar de klachten.

Interview met de bedenkster, Lucia Van Den Eede

Ik kreeg de gelegenheid om mijn therapeute te interviewen:

Werken met de lichaamskaart is een vorm van lichaamswerk. Hoe verschilt de lichaamskaart van andere lichaamsbenaderingen?
Het is mogelijk om met aanrakingen te werken. Dat doet bv. een kinesist. Die probeert geblokkeerde zones los te krijgen door massagetechnieken e.a. Bij de lichaamskaart is het de bedoeling om ook met o.a. die zones te werken, maar word je niet aangeraakt. Wel werkt men met je lichaam, afgebeeld op een blad papier waarop je omtrek staat.
Als non-verbale therapie bestaat er niet alleen de lichaamskaart. Non-verbale therapie is meer dan dat. Er zijn ook andere niet-talige mogelijkheden bv. boogschieten, paardrijden, tekenen en schilderen… Ze hebben allemaal tot doel tot het talige te komen, tot het in woorden kunnen omzetten van wat je moeilijk of niet verwoord krijgt. Het gaat er dus om het pre-talige (voortalige, non-verbale) naar het talige (verbale) te ver-talen.

Hoe ben je ertoe gekomen om deze therapievorm uit te vinden?
In de psychiatrische afdeling waar ik in 1990 werkte, verbleven ook mensen die geen behandeling wilden, waarbij de therapie opgelegd werd en die niets hadden aan creatieve therapie of aan gesprekstherapie. Er werd bv gewerkt met mandala's, maar dat bleek voor een aantal patiënten te abstract te zijn en/of aan te voelen alsof ze op de kleuterschool zaten. Er moest toch een werkvorm zijn, waarmee we wél aansluiting konden vinden!?
We hebben allerlei namen bedacht voor deze nieuwe werkvorm (bv lijfwerk), maar de toenmalige psychiater van de afdeling vond "lichaamskaart" de beste. Ook in andere talen behoudt men die naam. Het is best mogelijk dat men bv in een Engelse tekst de benaming "lichaamskaart" tegenkomt. "Body map" is geen waardig alternatief. Dat is een ruim begrip dat al voor van alles gebruikt wordt, en dus ook andere dingen aanduidt dan de lichaamskaart.

Is er een bepaalde psychiatrische strekking die hier fel bij aansluit? Uit welke stroming(en) heb je inspiratie gehaald?
Met de lichaamskaart werk je met je lichaam: je duidt aan wat je merkt aan je lichaam, wat zich daarin aandient. Dat blijkt een heel goede toegangspoort te zijn om een gesprek aan te gaan, om in woorden om te zetten wat zich vastzet in je lichaam. Het in gesprek gaan over je eigen unieke beleving is iets wat ik overnam uit de psychoanalyse. Zo ben ik gekomen tot een combinatie van psychoanalyse en lichaamswerk. De lichaamskaart kadert dus binnen de psychoanalyse, omdat het gesprek even open is. De lichaamskaart bleek een heel goed instrument te zijn om dat op gang te brengen!

Hoe komt dat?
Je lichaam is in je leven bij alles wat je mee- en doormaakt aanwezig. Wat niet gezegd kan worden, komt wel tot uiting in je lichaam. Je lichaam ver-woord-t het als het ware. Ik heb al gemerkt dat wat in gesproken taal wordt omgezet, vaak een vermindering van de klachten tot gevolg heeft.
Iedereen heeft zijn eigen verhaal en dat krijgt zijn plaats door middel van de lichaamskaart. Je kan vrijuit spreken.

Heeft de lichaamskaart meer of minder zin bij bepaalde ziektebeelden?
In therapie gaat het vaak over schaamtevolle gewaarwordingen, gedachten en ideeën die niet maatschappelijk of door de omgeving aanvaard worden. Zo werkt het heel goed om over wanen en hallucinaties te kunnen spreken. Angsten zetten zich eveneens vast op je lichaam. Ook dan kan het bevrijdend werken om dat aan te duiden en aan de hand daarvan te verwoorden. Ook rond seksualiteit kan de lichaamskaart veel losmaken. Ze werkt bovendien bij antisociale persoonlijkheden die liever niet over hun gedachten spreken. Met de lichaamskaart blijken zij bereid om in zichzelf te kijken en daarover te praten. Daarnaast kunnen woede en agressie (waarbij men vaak bang is om die te uiten) perfect op de lichaamskaart beleefd worden; je kan krabben en scheuren zonder dat er onherstelbare schade wordt toegebracht.
Er is altijd en bij iedereen een verhaal. Ook mensen die praten zonder iets te zeggen, kunnen via de lichaamskaart gemakkelijker tot de essentie komen. En voor traumaverwerking heeft ze haar diensten ook al bewezen. Het is een eenvoudige techniek waardoor moeilijk te verwoorden thema's toch kunnen worden aangeboord.
De kaart wordt soms beleefd als een derde aanwezige persoon, je geschiedenis die steeds aanwezig is en die tussen de patiënt en de therapeute in ligt.
Sommige patiënten nemen hun hele sociale netwerk (vrienden, familie) op in de kaart en maken daarmee verbindingen.

Wat is je rol als therapeute?
De therapeute geeft zo weinig mogelijk eigen interpretaties. Ik kies ervoor om over patiënten te spreken en niet over cliënten. Voor mij mag degene die betaalt de ruimte innemen. Het is hij die betekenis geeft. Dat geef ik duidelijk mee als ik workshops geef aan andere hulpverleners.
Wat de patiënt in kwestie met de verworven inzichten doet en/of welke veranderingen hij brengt in zijn leven, blijft een keuze van de patiënt zelf. Die weet zelf het best waar hij zich goed bij voelt; de therapeute biedt de ruimte om dat te ontdekken.
Het is zeker niet de bedoeling om aan de hand van de lichaamskaart een diagnose te stellen; het is een therapeutisch middel dat individueel en uniek is.

De werkvorm geraakt ook verspreid in het buitenland?
Ja, in Nederland, Frankrijk en in India gaf ik al workshops. Hoe verschillend culturen ook zijn, de lichaamskaart is zo eenvoudig dat ze zelfs ver weg blijkt aan te slaan. In het grootste psychiatrisch centrum in India heb ik de lichaamskaart eerst laten proberen door de behandelaars zelf, vooraleer zij aan de slag gingen met hun patiënten.
Ik heb daar overigens zelf wel wat opgestoken: het eerste wat een psychiater in India doet is een voedingsadvies voorschrijven en afspreken wie voor wie moet koken. Vroeger had ik geen aandacht voor voeding in mijn therapiesessies, nu wel.

Verschilt het werken met de lichaamskaart nu tegenover de jaren '90?
Aanvankelijk werkte ik het liefst in groep. Ieder groepslid had zijn eigen kaart. Als je iets over je kaart (en dus over jezelf) wilde zeggen, dan liet je je kaart openliggen. De groep moet mekaar al wel een beetje kennen, moet al samen in een proces zitten, om vertrouwen te hebben. Het werkt in groep, maar individueel werkt het nog beter. De verhalen zijn vaak heel intiem en moeilijk om in een groep te brengen.
Op andere plaatsen wordt er nog steeds eerder in groep gewerkt, maar ik heb ervoor gekozen om enkel nog individueel te werken.

Dank je voor de verheldering!

Volgende link (in het Engels) is heel informatief:
http://biblio.ugent.be/publication/4228694
Ann Van de Vloet

Therapie boogschieten

© nonverbale therapie / Routebeschrijving Nonverbale Leest